Steigeren
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord, transitief (kan een lijdend voorwerp hebben)
Het werkwoord 'steigeren' betekent meestal 'verhogen' of 'doen toenemen', vaak gebruikt in contexten van productie, kwaliteit, inspanningen of prijzen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik steiger mijn inzet om de taak op tijd af te krijgen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij steigerde haar vaardigheden door een cursus te volgen.
verleden tijd, aantonende wijs
We hebben onze verkoopcijfers gesteigerd met een nieuwe marketingstrategie.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Steiger je inspanningen als je betere resultaten wilt zien!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hoewel hij zijn best doet, steigere hij zijn resultaten niet voldoende.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.