NEDERLANDS
🇳🇱

Steigeren

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben

regelmatig werkwoord, transitief (kan een lijdend voorwerp hebben)

Het werkwoord 'steigeren' betekent meestal 'verhogen' of 'doen toenemen', vaak gebruikt in contexten van productie, kwaliteit, inspanningen of prijzen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik steiger mijn inzet om de taak op tijd af te krijgen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij steigerde haar vaardigheden door een cursus te volgen.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • We hebben onze verkoopcijfers gesteigerd met een nieuwe marketingstrategie.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Steiger je inspanningen als je betere resultaten wilt zien!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hoewel hij zijn best doet, steigere hij zijn resultaten niet voldoende.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.