NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

hebben/zijn; transitief, intransitief

'Stillen' is een regelmatig werkwoord (zwakke vervoeging). In de betekenis 'borstvoeding geven' is het onderwerp altijd de moeder.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • De moeder stilt haar kind rustig op de bank.

    tegenwoordig, indicatief

  • Hij stilde zijn honger met een broodje kaas.

    verleden, indicatief

  • Zij heeft haar nieuwsgierigheid al gestild.

    voltooid tegenwoordig, indicatief

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.