NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

overgankelijk werkwoord (kan een lijdend voorwerp hebben)

Het werkwoord 'stillen' kan zowel letterlijk (bijv. honger of dorst stillen) als figuurlijk (bijv. pijn of verdriet stillen) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

  • jullie

Voorbeelden

  • De moeder **stilt** haar baby elke drie uur.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren **stilde** hij zijn pijn met een pijnstiller.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Als je honger hebt, **stil** die dan voordat we gaan.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hoewel hij veel probeert, **stille** zijn zorgen nooit helemaal.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

  • Zij heeft haar dorst **gestild** met een glas limonade.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.