Stoeien
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk werkwoord (meestal), kan ook wederkerend gebruikt worden (zich stoeien)
Het werkwoord 'stoeien' heeft vaak een speelse of vriendschappelijke connotatie, maar kan ook gebruikt worden om ruw spel of worstelen aan te duiden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, jullie
Voorbeelden
De katten stoeien met elkaar op het tapijt.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren hebben we urenlang gestoeid in de sneeuw.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Stoei niet zo wild, je maakt alles kapot!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Als hij maar niet te ruw stoeit met de kleintjes.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.