NEDERLANDS
🇳🇱

    Hulpwerkwoord

    hebben

    onovergankelijk werkwoord (meestal), kan ook wederkerend gebruikt worden (zich stoeien)

    Het werkwoord 'stoeien' heeft vaak een speelse of vriendschappelijke connotatie, maar kan ook gebruikt worden om ruw spel of worstelen aan te duiden.

    Infinitief

    Tegenwoordige tijd

    • ik

    • jij / je

    • u

    • hij, zij / ze, het

    • wij / we

    • jullie

    Verleden tijd

    • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

    • wij / we, jullie, zij / ze

    Voltooid deelwoord

    Tegenwoordig deelwoord

    Aanvoegende wijs

    • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

    Gebiedende wijs

    • jij / je, jullie

    Voorbeelden

    • De katten stoeien met elkaar op het tapijt.

      tegenwoordige tijd, aantonende wijs

    • Gisteren hebben we urenlang gestoeid in de sneeuw.

      voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

    • Stoei niet zo wild, je maakt alles kapot!

      tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

    • Als hij maar niet te ruw stoeit met de kleintjes.

      tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

    Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.