🇳🇱
deZelfstandig naamwoordA1

Enkelvoudsvormen

Het woord 'stoel' betekent een meubelstuk om op te zitten.

Bepaald (de/het)
de stoel
"De stoel is comfortabel."
Onbepaald (een)
een stoel
"Ik heb een stoel gekocht."
Zonder lidwoord
stoel
"Zij zit op een stoel."

Meervoudsvormen

'Stoelen' is de meervoudsvorm van 'stoel'.

Bepaald (de)
de stoelen
"De stoelen zijn gezet."
Zonder lidwoord
stoelen
"Er staan stoelen in de kamer."

Verkleinwoord

stoeltje
"Het stoeltje is schattig."

Diminutief wordt vaak gebruikt voor schattigheid of kleinschaligheid.

informal

Veelgebruikte samenstellingen

  • tuinstoel

    "Ik zit graag in mijn tuinstoel."

    stoel voor buiten in de tuin

  • eetstoel

    "De eetstoel staat aan de tafel."

    stoel om aan te eten

  • bureaustoel

    "Ik heb een nieuwe bureaustoel gekocht."

    stoel voor aan een bureau

Veelgebruikte woordcombinaties

  • leuningstoel

    "De leuningstoel in de woonkamer is oud."

    Een stoel met leuningen voor extra comfort.

  • plastic stoel

    "Een plastic stoel is handig voor buiten."

    Een stoel gemaakt van plastic, vaak licht en makkelijk te verplaatsen.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:'Stoel' is een telbaar zelfstandig naamwoord.
  • register:'Stoel' is neutraal en kan in verschillende registers worden gebruikt, van dagelijks tot formeel.
  • usage:In veel contexten wordt 'stoel' gebruikt in samenstellingen zoals 'tuinstoel'.
  • irregular:Geen onregelmatige vormen of bijzonderheden in het meervoud.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.