Enkelvoudsvormen
Het woord 'stoel' betekent een meubelstuk om op te zitten.
- Bepaald (de/het)
- de stoel
- "De stoel is comfortabel."
- Onbepaald (een)
- een stoel
- "Ik heb een stoel gekocht."
- Zonder lidwoord
- stoel
- "Zij zit op een stoel."
Meervoudsvormen
'Stoelen' is de meervoudsvorm van 'stoel'.
- Bepaald (de)
- de stoelen
- "De stoelen zijn gezet."
- Zonder lidwoord
- stoelen
- "Er staan stoelen in de kamer."
Verkleinwoord
Diminutief wordt vaak gebruikt voor schattigheid of kleinschaligheid.
informal
Veelgebruikte samenstellingen
tuinstoel
"Ik zit graag in mijn tuinstoel."
stoel voor buiten in de tuin
eetstoel
"De eetstoel staat aan de tafel."
stoel om aan te eten
bureaustoel
"Ik heb een nieuwe bureaustoel gekocht."
stoel voor aan een bureau
Veelgebruikte woordcombinaties
leuningstoel
"De leuningstoel in de woonkamer is oud."
Een stoel met leuningen voor extra comfort.
plastic stoel
"Een plastic stoel is handig voor buiten."
Een stoel gemaakt van plastic, vaak licht en makkelijk te verplaatsen.
Belangrijke opmerkingen
- countability:'Stoel' is een telbaar zelfstandig naamwoord.
- register:'Stoel' is neutraal en kan in verschillende registers worden gebruikt, van dagelijks tot formeel.
- usage:In veel contexten wordt 'stoel' gebruikt in samenstellingen zoals 'tuinstoel'.
- irregular:Geen onregelmatige vormen of bijzonderheden in het meervoud.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.