Stoer
Attributieve vormen
Als je 'stoer' gebruikt vóór een zelfstandig naamwoord, verandert het vaak in 'stoere'. Bijvoorbeeld: 'een stoere auto' of 'de stoere jongen'. Als het zelfstandig naamwoord onzijdig is en geen lidwoord heeft, gebruik je soms 'stoer': 'stoer gedrag'.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'stoer'. Bijvoorbeeld: 'Hij is stoer' of 'Dat wordt stoer!'.
Vergrotende trap
Om te zeggen dat iets of iemand 'meer stoer' is, gebruik je 'stoerder'. Bijvoorbeeld: 'Zij is stoerder dan haar vriendin'. Je kunt ook 'dan' toevoegen om een vergelijking te maken: 'stoerder dan'.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Voor de overtreffende trap (het meest stoer) gebruik je 'stoerste' als het voor een zelfstandig naamwoord staat: 'de stoerste jongen'. Als het na een werkwoord staat, gebruik je 'stoerst': 'Hij is het stoerst'.
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Stoer' wordt vaak gebruikt om iemand te beschrijven die dapper, sterk of indrukwekkend overkomt, vooral bij jongens of mannen.
- spelling:In de overtreffende trap verandert 'stoer' in 'stoerst' (predicatief) en 'stoerste' (attributief).
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.