Stomen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'stomen' wordt vaak gebruikt in de context van koken, schoonmaken (bijv. kleding) of industriële processen. Het kan zowel letterlijk (bijv. voedsel stomen) als figuurlijk (bijv. 'iemand stomen' in de betekenis van iemand voorbereiden) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik **stoom** elke ochtend mijn ontbijt.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren **stoomde** ik de broccoli te lang.
verleden tijd, aantonende wijs
De vis is **gestoomd** en klaar om te eten.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
**Stoom** de groenten niet te lang!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hopelijk **stome** hij de groenten op tijd.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.