🇳🇱
Bijvoeglijk naamwoord

Attributieve vormen

Als je zegt 'de strakke broek' of 'een strakke trui', gebruik je 'strakke' vóór het zelfstandig naamwoord.

Met bepaald lidwoord
de strakke
"De strakke broek zit goed."
Met onbepaald lidwoord
een strakke
"Ik draag een strakke trui."
Zonder lidwoord
strak
"Strak is de nieuwe mode."

Predicatieve vorm

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'strak': De broek is strak.

strak
"De trui is strak."

Vergrotende trap

Als je zegt 'strakker dan' vergelijk je twee dingen: Deze broek is strakker dan de vorige.

Grondvorm
strakker
"Deze broek is strakker dan die."
Met "dan"
strakker
"Hij is lichter dan zij, maar strakker."

Overtreffende trap

Als je zegt 'de strakste', geef je aan dat iets het meest strak is van allemaal.

Attributief
de strakste
"Hij heeft de strakste spieren."
Predicatief
strakst
"Deze jeans zitten het strakst."

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Strak' kan ook gebruikt worden in figuurlijke zin, bijvoorbeeld voor iets dat niet veel ruimte laat.
  • irregular:De vormen voor de comparatieve en superlatieven zijn regelmatig.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.