Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de strakke broek' of 'een strakke trui', gebruik je 'strakke' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de strakke
- "De strakke broek zit goed."
- Met onbepaald lidwoord
- een strakke
- "Ik draag een strakke trui."
- Zonder lidwoord
- strak
- "Strak is de nieuwe mode."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'strak': De broek is strak.
Vergrotende trap
Als je zegt 'strakker dan' vergelijk je twee dingen: Deze broek is strakker dan de vorige.
- Grondvorm
- strakker
- "Deze broek is strakker dan die."
- Met "dan"
- strakker
- "Hij is lichter dan zij, maar strakker."
Overtreffende trap
Als je zegt 'de strakste', geef je aan dat iets het meest strak is van allemaal.
- Attributief
- de strakste
- "Hij heeft de strakste spieren."
- Predicatief
- strakst
- "Deze jeans zitten het strakst."
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Strak' kan ook gebruikt worden in figuurlijke zin, bijvoorbeeld voor iets dat niet veel ruimte laat.
- irregular:De vormen voor de comparatieve en superlatieven zijn regelmatig.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.