Stralen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
'Stralen' betekent vaak 'een helder licht uitstralen' of figuurlijk 'heel blij of gelukkig overkomen'.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
De zon straalt vandaag heel fel.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft de hele dag gestraald na zijn examenresultaten.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Straal jij ook zo als je je favoriete muziek hoort?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
Moge je altijd stralen van geluk!
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.