Strikken
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'strikken' wordt vaak gebruikt in alledaagse contexten, zoals het vastmaken van veters, dassen of linten. Het kan zowel letterlijk als figuurlijk gebruikt worden (bijv. 'een deal strikken').
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik strik mijn veters altijd voordat ik ga sporten.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij strikte zijn das netjes voor het sollicitatiegesprek.
verleden tijd, aantonende wijs
Zij heeft haar haar in een paardenstaart gestrikt.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Strik je schoenen voordat je naar buiten gaat!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is belangrijk dat je je veters strikke voordat je gaat rennen.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.