Studeren
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)
Het werkwoord 'studeren' verwijst specifiek naar het volgen van een opleiding of het leren van een vakgebied, vaak in een formele onderwijsomgeving zoals een universiteit of hogeschool.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, jullie
u
Voorbeelden
Ik studeer Nederlands omdat ik in Nederland wil wonen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft vijf jaar geneeskunde gestudeerd voordat ze arts werd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als je harder studeert, haal je je examen zeker!
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Studeer jij ook voor de toets van morgen?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
Wij studeerden vroeger altijd samen in de bibliotheek.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.