🇳🇱

Studentenhuis

hetZelfstandig naamwoordA1
1
Simple
Past Tense
Plural
Gezellige studentenwoning met zes studenten die samen studeren, praten en thee zetten in een warme gemeenschappelijke ruimte met houten meubels en zachte texturen
2
Perfect Tense
Levendige studentenhuis-scène met diverse huisgenoten die zich voorbereiden op een festival, in de stijl van Jan Steen

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.