Stuk
Attributieve vormen
Als je 'stuk' gebruikt vóór een zelfstandig naamwoord, zeg je meestal 'stukke'. Bijvoorbeeld: 'de stukke fiets' of 'een stukke stoel'. Bij onzijdige woorden in het enkelvoud zonder lidwoord gebruik je soms 'stuks', zoals in 'stuks fruit'.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na werkwoorden zoals 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'stuk'. Bijvoorbeeld: 'De televisie is stuk' of 'Het glas wordt stuk'.
Vergrotende trap
Om te zeggen dat iets meer kapot is dan iets anders, gebruik je 'stukker'. Bijvoorbeeld: 'Mijn horloge is stukker dan dat van hem'. Je kunt ook 'dan' toevoegen: 'Deze laptop is stukker dan de oude'.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Om te zeggen dat iets het meest kapot is, gebruik je 'stukst' of 'stukste'. Na 'zijn' of 'worden' gebruik je 'stukst': 'Dit apparaat is het stukst'. Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je 'stukste': 'Dit is de stukste auto van de garage'.
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- irregular:Het woord 'stuk' heeft een onregelmatige vergrotende en overtreffende trap: 'stukker' en 'stukst(e)'.
- usage:'Stuk' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iets kapot of defect is. Het kan ook betekenen dat iets niet meer werkt zoals het hoort.
- spelling:In de stellende trap wordt 'stuk' gebruikt na 'zijn' of 'worden'. Voor zelfstandige naamwoorden gebruik je 'stukke' of 'stuks'.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.