🇳🇱
Bijvoeglijk naamwoord

Attributieve vormen

Als je zegt 'de tamme kat' of 'een tam dier', gebruik je 'tamme' of 'tam' vóór het zelfstandig naamwoord.

Met bepaald lidwoord
de tamme
"De tamme kat speelt met de bal."
Met onbepaald lidwoord
een tam
"Een tam dier is rustig."
Zonder lidwoord
tam
"Het zijn tam dieren."

Predicatieve vorm

Na 'zijn' gebruik je altijd 'tam': De kat is tam.

tam
"De kat is tam."

Vergrotende trap

Voor de vergrotende trap gebruik je 'tammer' als je wilt zeggen dat iets tammer is dan iets anders: De hond is tammer dan de kat.

Grondvorm
tam
"Deze kat is tam."
Met "dan"
tammer
"De hond is tammer dan de kat."

Overtreffende trap

Voor de overtreffende trap gebruik je 'tamste': Dit is de tamste kat van allemaal.

Attributief
de tamste
"Dit is de tamste hond die ik ken."
Predicatief
tamst
"Dit dier is tamst van allemaal."

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Tam' wordt vooral gebruikt voor dieren die gewend zijn aan mensen.
  • spelling:'Tam' verandert in 'tammer' voor de vergrotende trap.
  • irregular:Superlatieven van 'tam' zijn niet standaard en gebruiken 'tamst' en 'tamste'.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.