Hulpwerkwoord hebben
werkwoord
De term 'tegenvallen' beschrijft vaak een onverwachte teleurstelling of minder goede resultaten dan verwacht.
Infinitief Het resultaat kan tegenvallen.
Tegenwoordige tijd ik
Ik val tegen als ik moe ben.
jij / je
Jij valt vaak tegen in deze situatie.
u
U valt misschien tegen in de verhoogde druk.
hij
Hij valt tegen, dat had ik niet verwacht.
zij / ze
Zij valt tegen als voorzitter.
het
Het nieuwe product valt tegen.
wij / we
Wij vallen tegen in de competitie.
jullie
Jullie vallen vaak tegen in de verwachtingen.
Val tegen als het te moeilijk wordt.
Dat valt tegen, moet ik zeggen!
Verleden tijd ik
Ik viel tegen tijdens het examen.
jij / je
Jij viel tegen, dat wist ik niet.
u
U viel tegen in deze ronde.
hij
Hij viel tegen met zijn presentatie.
zij / ze
Zij viel tegen op die avond.
het
Het project viel tegen, helaas.
wij / we
Wij vielen tegen bij het voetbal.
jullie
Jullie vielen tegen tijdens de wedstrijd.
Voltooid deelwoord De film is tegengevallen.
Tegenwoordig deelwoord Het tegenvallend resultaat was onverwacht.
De tegenvallende score bezorgde ons veel zorgen.
Aanvoegende wijs Mochten er iets tegenvallen, informeer ons alstublieft.
Als het zou valle tegen, zou dat jammer zijn.
Gebiedende wijs Val tegen in de presentatie, en laat het niet te moeilijk lijken.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.