Telefooncel
Enkelvoudsvormen
'Telefooncel' wordt meestal in het enkelvoud gebruikt als je het hebt over één specifieke telefooncel. Bijvoorbeeld: 'Ik zie een telefooncel.'
- Bepaald (de/het)
- Onbepaald (een)
- Zonder lidwoord
Meervoudsvormen
Het meervoud 'telefooncellen' gebruik je als je het over meerdere telefooncellen hebt. Bijvoorbeeld: 'Er zijn nog een paar telefooncellen in de stad.'
- Bepaald (de)
- Zonder lidwoord
Verkleinwoord
Het diminutief wordt gebruikt om aan te geven dat de telefooncel klein of schattig is, vaak met een gevoel van nostalgie of vertedering.
informeel
Veelgebruikte samenstellingen
telefooncelmunt
Een munt die speciaal gebruikt wordt om in een telefooncel te bellen.
telefooncelkaart
Een kaart die je kunt gebruiken om in een telefooncel te bellen.
Veelgebruikte woordcombinaties
gebruiken
Het werkwoord 'gebruiken' wordt vaak gecombineerd met 'telefooncel' om aan te geven dat je de cel in gebruik neemt.
kapot
'Kapot' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat de telefooncel niet werkt.
vinden
'Vinden' wordt gebruikt om aan te geven dat telefooncellen zeldzaam zijn geworden.
Belangrijke opmerkingen
- usage:Telefooncellen zijn tegenwoordig zeldzaam in Nederland, dus het woord wordt vaak gebruikt in een historische of nostalgische context.
- countability:'Telefooncel' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt het zowel in het enkelvoud als in het meervoud gebruiken.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.