NEDERLANDS
🇳🇱

Telefooncel

deZelfstandig naamwoord

Enkelvoudsvormen

'Telefooncel' wordt meestal in het enkelvoud gebruikt als je het hebt over één specifieke telefooncel. Bijvoorbeeld: 'Ik zie een telefooncel.'

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

Het meervoud 'telefooncellen' gebruik je als je het over meerdere telefooncellen hebt. Bijvoorbeeld: 'Er zijn nog een paar telefooncellen in de stad.'

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Het diminutief wordt gebruikt om aan te geven dat de telefooncel klein of schattig is, vaak met een gevoel van nostalgie of vertedering.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • telefooncelmunt

    Een munt die speciaal gebruikt wordt om in een telefooncel te bellen.

  • telefooncelkaart

    Een kaart die je kunt gebruiken om in een telefooncel te bellen.

Veelgebruikte woordcombinaties

  • gebruiken

    Het werkwoord 'gebruiken' wordt vaak gecombineerd met 'telefooncel' om aan te geven dat je de cel in gebruik neemt.

  • kapot

    'Kapot' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat de telefooncel niet werkt.

  • vinden

    'Vinden' wordt gebruikt om aan te geven dat telefooncellen zeldzaam zijn geworden.

Belangrijke opmerkingen

  • usage:Telefooncellen zijn tegenwoordig zeldzaam in Nederland, dus het woord wordt vaak gebruikt in een historische of nostalgische context.
  • countability:'Telefooncel' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt het zowel in het enkelvoud als in het meervoud gebruiken.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.