NEDERLANDS
🇳🇱

Tennissen

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben

regelmatig werkwoord

Dit werkwoord wordt voornamelijk gebruikt om de sport tennis te beschrijven.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

  • jullie

Voorbeelden

  • Ik tennis elke zaterdagochtend met mijn vader.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft vorig jaar veel getennist en is nu veel beter.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als je meer zou tennissen, zou je conditie verbeteren.

    onvoltooid verleden toekomende tijd, aantonende wijs

  • Tennis jij vaak in de zomer?

    tegenwoordige tijd, vragende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.