Terrassen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'terrassen' betekent buiten zitten op een terras, vaak om te eten, drinken of ontspannen. Het wordt vooral gebruikt in informele contexten en is typisch voor de Nederlandse cultuur van buiten leven in de zomer.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik terras elke zaterdag met mijn collega's na het werk.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij hebben de hele middag geterrast in de zon.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Terras hier, het is hier veel gezelliger!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hij terraste vorige week in Barcelona met zijn familie.
verleden tijd, aantonende wijs
Het is fijn dat we vandaag kunnen terrassen ondanks de regen.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.