Terugkomen
Hulpwerkwoord
zijn
onregelmatig werkwoord, scheidbaar samengesteld werkwoord
Het werkwoord 'terugkomen' kan zowel letterlijk (fysiek terugkeren) als figuurlijk (terugkeren naar een onderwerp of situatie) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
ik
jij / je
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
ik, jij / je, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik kom morgen terug om de sleutels op te halen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ben je al teruggekomen van de winkel?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij kwam gisteren terug uit Spanje.
verleden tijd, aantonende wijs
Kom snel terug, we missen je!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is belangrijk dat je op tijd terugkomt.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.