NEDERLANDS
🇳🇱

Terugkomen

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

zijn

onregelmatig werkwoord, scheidbaar samengesteld werkwoord

Het werkwoord 'terugkomen' kan zowel letterlijk (fysiek terugkeren) als figuurlijk (terugkeren naar een onderwerp of situatie) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

  • ik

  • jij / je

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

  • ik, jij / je, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik kom morgen terug om de sleutels op te halen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Ben je al teruggekomen van de winkel?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij kwam gisteren terug uit Spanje.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Kom snel terug, we missen je!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is belangrijk dat je op tijd terugkomt.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.