NEDERLANDS
🇳🇱

Terugrijden

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben of zijn (afhankelijk van de context: 'hebben' voor de handeling, 'zijn' voor de verplaatsing)

onregelmatig (sterk werkwoord), scheidbaar samengesteld werkwoord

Het werkwoord 'terugrijden' benadrukt de handeling van het rijden in de richting van het startpunt of een eerdere locatie. Het kan zowel letterlijk (fysieke verplaatsing) als figuurlijk (bijv. terugkeren naar een eerdere situatie) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik rijd elke dag terug naar huis na mijn werk.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren ben ik met de trein teruggereden omdat mijn auto kapot was.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als je nu vertrekt, rijd je terug in het donker.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Rijd voorzichtig terug!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is beter dat je terugrijdt voordat het gaat regenen.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.