Terugtrekken
Hulpwerkwoord
hebben
scheidbaar werkwoord, onregelmatig in de verleden tijd
Het werkwoord 'terugtrekken' kan zowel letterlijk (fysiek teruggaan) als figuurlijk (een beslissing of steun intrekken) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik trek me terug uit de vergadering omdat ik me niet goed voel.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
De regering heeft besloten de troepen terug te trekken.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als hij zijn woorden niet terugtrekt, zal er een rechtszaak volgen.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Trek je aanbod terug voordat het te laat is!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.