NEDERLANDS
🇳🇱
  • Tezamen
    Bijwoordsamen in totaal

Tezamen

  • tezamen

    Bijwoord

    samen; in totaal

    1. samen/gezamenlijk

      Met twee of meer personen of dingen bij elkaar; gezamenlijk of op hetzelfde moment.

      Ze besloten tezamen naar het strand te gaan.

    2. in totaal

      Als je alles bij elkaar optelt; het hele bedrag of aantal.

      Het kostte tezamen honderd euro.

    tezamen mettezamen komentezamen opgeteld

Blijf leren