NEDERLANDS
🇳🇱

Thuis

hetZelfstandig naamwoordA1
1
Simple
Compound
Complex
Present Tense
Past Tense
Future Tense
Declarative
Interrogative
Imperative
Context & Scenario
Context & Scenario
Context & Scenario
Synonym
Related Word
Idiomatic
Gezellige 17e-eeuwse huiskamer met persoon bij de haard, omhuld door een warme deken en thee, sfeer van thuisgevoel en vertrouwdheid
2
Simple
Compound
Complex
Present Tense
Past Tense
Future Tense
Declarative
Interrogative
Imperative
Context & Scenario
Context & Scenario
Context & Scenario
Synonym
Related Word
Idiomatic
Minimalistische illustratie van een warm gezinsmoment met ouders die hun kinderen omhelzen in een knusse woonkamer, in de stijl van Dick Bruna
3
Simple
Compound
Complex
Present Tense
Past Tense
Future Tense
Declarative
Interrogative
Imperative
Context & Scenario
Context & Scenario
Context & Scenario
Synonym
Related Word
Idiomatic
Voetballer in dynamische barokstijl schittert op zonnig voetbalveld, omringd door publiek en medespelers, thuis in zijn element

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.