NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Thuis
    Bijwoordeigen huis
  • 22Thuis(de/het)
    Zelfstandig naamwoordeigen omgeving

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Thuis
    Bijwoordeigen huis
  • 22Thuis(de/het)
    Zelfstandig naamwoordeigen omgeving
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Thuisjes
WoordenboekThuisjes

Thuisjes

  • thuis

    Bijwoord

    eigen huis

    1. op de plaats waar iemand woont of zich op zijn gemak voeltMijn woonplaats is Amsterdam.
    2. bekend of vertrouwd met ietsIk ben vertrouwd met deze software.
    3. in de eigen omgeving, zonder verplaatsing (bij sportwedstrijden)Ons voetbalteam speelt vanavond op eigen terrein.
  • de/hetthuis

    Zelfstandig naamwoord

    eigen omgeving

    1. de plaats waar iemand woont of zich vertrouwd voeltMijn woonplaats is Amsterdam.
    2. het gezin of de familie van iemandMijn gezin bestaat uit vier personen.
    3. de plek waar iemand zich op zijn gemak voelt, bijvoorbeeld in een sport of activiteitIk voel me vertrouwd in deze sportschool.

Verwante woorden

thuisthuisje

Blijf leren

Meest voorkomende Nederlandse woordenOefenen