Tochten
deWerkwoord
Hulpwerkwoord
hebben
Werkwoord
Het werkwoord 'tochten' heeft variaties die verschillende aspecten van de actie beschrijven.
Voltooid deelwoord
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Tegenwoordig deelwoord
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
wij / we, jullie
Gebiedende wijs
Aanvoegende wijs
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Verleden tijd
ik
wij / we, jullie
Voorbeelden
De kinderen tochten elke zaterdag.
tegenwoordige tijd: tochten, indicatief
Hij heeft veel mooie plekken getocht.
voltooid deelwoord: getocht, indicatief
Blijf leren
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.