NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

Werkwoord

Het werkwoord 'tochten' heeft variaties die verschillende aspecten van de actie beschrijven.

Voltooid deelwoord

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Tegenwoordig deelwoord

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

  • wij / we, jullie

Gebiedende wijs

Aanvoegende wijs

Infinitief

Tegenwoordig deelwoord

Verleden tijd

  • ik

  • wij / we, jullie

Voorbeelden

  • De kinderen tochten elke zaterdag.

    tegenwoordige tijd: tochten, indicatief

  • Hij heeft veel mooie plekken getocht.

    voltooid deelwoord: getocht, indicatief

Blijf leren

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.