🇳🇱
deZelfstandig naamwoordA2

Enkelvoudsvormen

Het woord 'toets' betekent een test of examen.

Bepaald (de/het)
de toets
"Ik heb morgen de toets voor wiskunde."
Onbepaald (een)
een toets
"Ze maakt een toets voor geschiedenis."
Zonder lidwoord
toets
"De toets was moeilijk."

Meervoudsvormen

Meerdere toetsen worden 'toetsen' genoemd.

Bepaald (de)
de toetsen
"Alle toetsen zijn gemaakt."
Zonder lidwoord
toetsen
"Er liggen toetsen op de tafel."

Verkleinwoord

toetsje
"Het toetsje is makkelijk."

Diminutief wordt vaak gebruikt om iets schattigs of kleins aan te duiden.

informal

Veelgebruikte samenstellingen

  • schooltoets

    "Hij heeft een schooltoets voor Engels."

    een toets die op school gemaakt wordt

  • quiztoets

    "Ze doet mee aan de quiztoets in de klas."

    een toets in de vorm van een quiz

  • toetsenbord

    "Ik typ op het toetsenbord."

    een apparaat met toetsen voor inloggen of typen

Veelgebruikte woordcombinaties

  • afnemen

    "De leraar neemt de toets af."

    'afnemen' betekent dat de leraar de toets presenteert aan de studenten.

  • maken

    "Ik moet de toets maken."

    'maken' betekent dat je de toets invult of beantwoordt.

  • tekenen

    "Je moet de cijfers op de toets tekenen."

    Hier betekent 'tekenen' het opnemen van cijfers of resultaten op de toets.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:Toets is telbaar, je kunt zeggen: één toets, twee toetsen.
  • register:In een formele context kan 'toets' voor examens worden gebruikt, terwijl in informele contexten ook gesproken kan worden over 'toetsen' als evaluatie.
  • usage:Het woord wordt vaak gebruikt in educatieve contexten, zoals op scholen.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.