🇳🇱
hetZelfstandig naamwoordA1

Enkelvoudsvormen

Het woord 'toilet' is een zelfstandig naamwoord dat verwijst naar een plek voor persoonlijke hygiëne.

Bepaald (de/het)
de toilet
"Ik ga naar de toilet."
Onbepaald (een)
een toilet
"Er is een toilet in het restaurant."
Zonder lidwoord
toilet
"Hij houdt niet van het toilet."

Meervoudsvormen

De meervoudsvorm 'toiletten' wordt gebruikt voor meerdere ruimtes of voorzieningen.

Bepaald (de)
de toiletten
"De toiletten zijn schoon."
Zonder lidwoord
toiletten
"Er zijn geen toiletten in de buurt."

Verkleinwoord

toiletje
"Het toiletje is klein."

Het diminutief 'toiletje' kan schattig of minder serieus klinken.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • toiletpapier

    "We moeten toiletpapier kopen."

    papier dat je gebruikt voor persoonlijke hygiëne na gebruik van het toilet

  • toilettas

    "Ik pak mijn toilettas voor de reis."

    tas voor toiletspullen

  • toiletgebouw

    "Het toiletgebouw is dichtbij de speeltuin."

    gebouw waarin zich toiletten bevinden

Veelgebruikte woordcombinaties

  • naast de toilet

    "Het staat naast de toilet."

    Dit geeft de locatie aan.

  • gebruik maken van de toilet

    "Kun je gebruik maken van de toilet?"

    Dit is een veelgebruikte uitdrukking voor toegang vragen.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:Het woord 'toilet' is telbaar; je kunt zeggen 'één toilet' of 'twee toiletten'.
  • register:Het woord kan formeel gebruikt worden in openbare ruimtes en informeel in huis.
  • usage:Het wordt vaak gebruikt in de context van hygiëne, restaurant, of openbare voorzieningen.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.