Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de trage auto' of 'een trage computer', gebruik je 'trage' vóór het zelfstandig naamwoord; dit betekent dat de auto of computer langzaam is.
- Met bepaald lidwoord
- de trage
- "De trage auto komt niet op tijd."
- Met onbepaald lidwoord
- een trage
- "Ik heb een trage computer."
- Zonder lidwoord
- traag
- "Het duurt te lang, het is traag."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'traag': De trein is traag, wat betekent dat de trein niet snel is.
Vergrotende trap
Wanneer je de snelheid van twee dingen vergelijkt, gebruik je 'trager': Mijn oude fiets is trager dan mijn nieuwe fiets.
- Grondvorm
- trager
- "Mijn oude fiets is trager dan de nieuwe."
- Met "dan"
- trager
- "Hij is trager dan zijn zus."
Overtreffende trap
Als je het vergelijkt met meer dan twee dingen, gebruik je 'traagste': Dit is de traagste computer van de klas.
- Attributief
- de traagste
- "Dit is de traagste internetverbinding."
- Predicatief
- traagst
- "Dit is het traagst van alle openbaar vervoer."
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Traag' wordt vaak gebruikt om snelheid of tempo te beschrijven. Het kan zowel voor zelfstandige naamwoorden als in zinnen worden gebruikt.
- spelling:De spelling van de vergelijkingen is regelmatig en volgt de regels voor Nederlandse adjectieven.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.