Tranen
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk werkwoord (geen lijdend voorwerp)
Het werkwoord 'tranen' wordt meestal gebruikt om aan te geven dat iemand huilt of dat de ogen vochtig worden, vaak door emotie of irritatie (bijv. door uien).
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Mijn ogen tranen altijd als ik in de wind fiets.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij traande toen hij afscheid moest nemen.
verleden tijd, aantonende wijs
Als je niet trane tijdens deze film, ben je van steen!
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ze heeft de hele nacht getraand na het slechte nieuws.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.