Enkelvoudsvormen
'Trap' is een zelfstandig naamwoord dat meestal 'de trap' of 'een trap' wordt gebruikt.
- Bepaald (de/het)
- de trap
- "Hij staat op de trap."
- Onbepaald (een)
- een trap
- "Zij heeft een trap gekocht."
- Zonder lidwoord
- trap
- "Trap is handig voor de bovenverdieping."
Meervoudsvormen
In het meervoud zeggen we 'trappen'.
- Bepaald (de)
- de trappen
- "De trappen in het gebouw zijn stijlvol."
- Zonder lidwoord
- trappen
- "Er zijn trappen in het park."
Verkleinwoord
Trapje geeft aan dat het een kleine trap is.
informeel
Veelgebruikte samenstellingen
traplift
"Zij heeft een traplift laten installeren."
een stoel die omhoog en omlaag gaat langs de trap
trapgat
"Het trapgat is te smal voor de nieuwe kast."
opening waar een trap begint
Veelgebruikte woordcombinaties
op de trap zitten
"Zij zaten op de trap te wachten."
Dit betekent dat iemand op de trap zit, vaak in een informele situatie.
de trap oplopen
"Hij loopt de trap op naar zijn kamer."
Dit betekent naar boven gaan via de trap.
Belangrijke opmerkingen
- countability:Trap is een telbaar zelfstandig naamwoord.
- irregular:Geen speciale onregelmatigheden, het volgt de standaard regels voor enkelvoud en meervoud.
- register:Trap kan zowel in formele als informele situaties worden gebruikt.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.