Trappelen
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk werkwoord
Het werkwoord 'trappelen' wordt vaak gebruikt om fysieke beweging van de voeten uit te drukken, vaak uit emotie zoals ongeduld, opwinding of kou.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik trappel met mijn voeten om warm te blijven.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft de hele tijd getrappeld omdat ze zenuwachtig was.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Trappel niet zo, je maakt de hond bang!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Als hij trappele van enthousiasme, zou het project sneller afkomen.
onvoltooid tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.