Trekken
Hulpwerkwoord
hebben
onregelmatig sterk werkwoord (klasse 3: e-o-o)
Het werkwoord 'trekken' kan zowel letterlijk (fysiek trekken) als figuurlijk (aantrekken, reizen) gebruikt worden. Context is belangrijk om de juiste betekenis te bepalen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik trek mijn schoenen aan voordat ik naar buiten ga.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft gisteren hard aan het touw getrokken.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Trek je jas dicht, het is koud!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij trokken vorig jaar door Zuid-Amerika.
verleden tijd, aantonende wijs
De trekkende wolken veranderden snel van vorm.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.