NEDERLANDS
🇳🇱

Trip

deZelfstandig naamwoordA2

Enkelvoudsvormen

Het woord 'trip' wordt meestal in het enkelvoud gebruikt als je het over één reis hebt. Bijvoorbeeld: 'Ik ga op trip.'

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

Het meervoud van 'trip' is 'trips'. Dit gebruik je als je het over meerdere reizen hebt. Bijvoorbeeld: 'We hebben dit jaar veel trips gemaakt.'

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Het woord 'tripje' geeft aan dat de reis kort of informeel is. Het wordt vaak gebruikt voor leuke, korte uitstapjes.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • zakenreis

    Een reis voor werk of zaken.

  • schoolreis

    Een reis georganiseerd door een school.

  • roadtrip

    Een reis met de auto, vaak met meerdere stops.

Veelgebruikte woordcombinaties

  • maken

    'Een trip maken' betekent dat je op reis gaat.

  • plannen

    'Een trip plannen' betekent dat je de reis voorbereidt.

  • boeken

    'Een trip boeken' betekent dat je de reis reserveert, vaak via een reisbureau of online.

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Trip' wordt vaak gebruikt voor korte reizen of uitstapjes, maar kan ook voor langere reizen gebruikt worden.
  • countability:'Trip' is telbaar. Je kunt dus zeggen 'één trip', 'twee trips', enzovoort.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.