Trip
Enkelvoudsvormen
'Trip' in het enkelvoud wordt gebruikt als je het over één reis hebt. Bijvoorbeeld: 'Ik ga op trip.'
- Bepaald (de/het)
- Onbepaald (een)
- Zonder lidwoord
Meervoudsvormen
'Trips' in het meervoud gebruik je als je het over meerdere reizen hebt. Bijvoorbeeld: 'We hebben veel trips gemaakt.'
- Bepaald (de)
- Zonder lidwoord
Verkleinwoord
Een 'tripje' klinkt kleiner, korter of minder formeel dan 'trip'. Vaak gebruikt voor korte uitstapjes of informele reizen.
informeel
Veelgebruikte samenstellingen
zakenreis
Een reis voor werk of zaken.
schoolreis
Een reis georganiseerd door een school.
roadtrip
Een reis met de auto, vaak over langere afstanden.
dagtrip
Een reis die één dag duurt.
Veelgebruikte woordcombinaties
maken
'Maken' wordt vaak gebruikt met 'trip' om aan te geven dat je een reis onderneemt.
plannen
'Plannen' wordt gebruikt als je een reis voorbereidt.
boeken
'Boeken' betekent dat je de reis reserveert, bijvoorbeeld een vlucht of hotel.
leuk
'Leuk' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat je de reis fijn vond.
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Trip' wordt vaak gebruikt in de context van vakantie, uitstapjes of reizen voor plezier. Het kan ook gebruikt worden voor zakenreizen, maar dan is het vaak formeler.
- countability:'Trip' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus zeggen 'één trip', 'twee trips', enzovoort.
- register:In formele contexten wordt 'reis' vaker gebruikt dan 'trip'. Bijvoorbeeld: 'De zakenreis duurde drie dagen.' In informele contexten is 'trip' gebruikelijker.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.