NEDERLANDS
🇳🇱

Troebel

Bijvoeglijk naamwoordA2

Attributieve vormen

Als je 'troebel' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je 'troebele'. Bijvoorbeeld: 'de troebele lucht' of 'een troebele bril'. Als het zelfstandig naamwoord geen lidwoord heeft, gebruik je 'troebel': 'troebel water'.

Met bepaald lidwoord
Met onbepaald lidwoord
Zonder lidwoord

Predicatieve vorm

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'troebel'. Bijvoorbeeld: 'Het water is troebel' of 'De lucht wordt troebel'.

Vergrotende trap

Om te zeggen dat iets meer troebel is dan iets anders, gebruik je 'troebeler'. Bijvoorbeeld: 'Deze wijn is troebeler dan die andere'. Je kunt ook 'troebeler dan' gebruiken om een vergelijking te maken.

Grondvorm
Met "dan"

Overtreffende trap

Als iets het meest troebel is, gebruik je 'troebelst' na een werkwoord of 'troebelste' voor een zelfstandig naamwoord. Bijvoorbeeld: 'Dit is het troebelste water' of 'Dit is de troebelste soep'.

Attributief
Predicatief

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Troebel' wordt vaak gebruikt om vloeistoffen te beschrijven die niet helder zijn, zoals water, wijn of soep.
  • spelling:In de overtreffende trap krijgt 'troebel' een extra '-e' in attributieve positie: 'troebelste'.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.