NEDERLANDS
🇳🇱

    Troef

    B2commonZipf 3.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de troef

      Zelfstandig naamwoord/'truf/

      enkelvoud

      troeftroefje

      meervoud

      troeventroefjes
    • troeven

      Werkwoord/'truvən; 'truvə/

      infinitief

      troeven

      tegenwoordige tijd

      troeftroefttroeven

      verleden tijd

      troefdetroefden

      tegenwoordig deelwoord

      troevendtroevende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren