🇳🇱

Trots

Bijvoeglijk naamwoordA2

Attributieve vormen

Als je 'trots' voor een zelfstandig naamwoord zet, gebruik je 'trotse'. Bijvoorbeeld: 'de trotse winnaar' of 'een trotse glimlach'. Het verandert niet tussen 'de' en 'het' woorden.

Met bepaald lidwoord
Met onbepaald lidwoord
Zonder lidwoord

Predicatieve vorm

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je 'trots'. Bijvoorbeeld: 'Hij is trots' of 'Zij wordt trots'. Je zegt niet 'Hij is trotse'.

Vergrotende trap

Om te zeggen dat iemand meer trots is dan iemand anders, gebruik je 'trotser'. Bijvoorbeeld: 'Zij is trotser dan haar zus'. Je kunt ook 'trotser dan' gebruiken om een vergelijking te maken.

Grondvorm
Met "dan"

Overtreffende trap

Voor de overtreffende trap gebruik je 'trotste' als het voor een zelfstandig naamwoord staat: 'de trotste dag'. Als het na 'zijn' komt, gebruik je 'trotst': 'Hij is het trotst'. Maar let op: 'trotst' wordt niet vaak gebruikt, mensen zeggen liever 'het meest trots'.

Attributief
Predicatief

Belangrijke opmerkingen

  • irregular:De overtreffende trap 'trotst' wordt niet vaak gebruikt in de spreektaal. Vaak zeggen mensen 'het meest trots' in plaats van 'trotst'.
  • usage:'Trots' wordt vaak gevolgd door 'op' als je wilt zeggen waar je trots op bent: 'Ik ben trots op mijn werk'.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.