🇳🇱

Trouw

de-hetBijvoeglijk naamwoordA1

Attributieve vormen

Als je zegt 'de trouwe vriend' of 'een trouwe hond', gebruik je 'trouwe' vóór het zelfstandig naamwoord.

Met bepaald lidwoord
Met onbepaald lidwoord
Zonder lidwoord

Predicatieve vorm

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'trouw': De man is trouw.

Vergrotende trap

Als je iemand vergelijkt, zeg je 'trouwer': Hij is trouwer dan zijn broer.

Grondvorm
Met "dan"

Overtreffende trap

Als je de beste of hoogste trouw wilt zeggen, zeg je 'de trouwste': Zij is de trouwste van allemaal.

Attributief
Predicatief

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Trouw' wordt vaak gebruikt voor relaties en loyaliteit.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.