Trouw
de-hetBijvoeglijk naamwoordA1
Attributieve vormen
Als je zegt 'de trouwe vriend' of 'een trouwe hond', gebruik je 'trouwe' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'trouw': De man is trouw.
Vergrotende trap
Als je iemand vergelijkt, zeg je 'trouwer': Hij is trouwer dan zijn broer.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Als je de beste of hoogste trouw wilt zeggen, zeg je 'de trouwste': Zij is de trouwste van allemaal.
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Trouw' wordt vaak gebruikt voor relaties en loyaliteit.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.