Enkelvoudsvormen
'trui' is een zelfstandig naamwoord dat verwijst naar een kledingstuk dat de bovenlichaam bedekt.
- Bepaald (de/het)
- de trui
- "De trui is warm."
- Onbepaald (een)
- een trui
- "Ik heb een trui gekocht."
- Zonder lidwoord
- trui
- "Zij draagt een mooie trui."
Meervoudsvormen
De meervoudsvorm is 'truien'.
- Bepaald (de)
- de truien
- "De truien zijn in de uitverkoop."
- Zonder lidwoord
- truien
- "Ik heb veel truien."
Verkleinwoord
Een truitje is vaak kleiner en kan een zachtere uitstraling hebben.
informeel
Veelgebruikte samenstellingen
trui met capuchon
"Hij draagt een trui met capuchon."
hooded sweater
gebreide trui
"Deze gebreide trui is zelfgemaakt."
knitted sweater
Veelgebruikte woordcombinaties
warme trui
"Een warme trui is fijn in de winter."
De combinatie geeft aan dat de trui extra comfort biedt in koude omstandigheden.
mode trui
"Deze mode trui is populair."
Een trui die in de mode is, vaak met stijlen die veranderen.
Belangrijke opmerkingen
- register:Informeel gebruik als het gaat om een normale trui. Formeel als het gaat om specifieke ontwerptrends.
- countability:Trui is telbaar. Je kunt 'een trui' of 'drie truien' zeggen.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.