Enkelvoudsvormen
'Tuin' is een zelfstandig naamwoord en het betekent een stuk grond met planten en bloemen.
- Bepaald (de/het)
- de tuin
- "De tuin is mooi."
- Onbepaald (een)
- een tuin
- "Ik heb een tuin."
- Zonder lidwoord
- tuin
- "Tuin is belangrijk voor het milieu."
Meervoudsvormen
Meervoud van 'tuin' is 'tuinen'.
- Bepaald (de)
- de tuinen
- "De tuinen zijn groot."
- Zonder lidwoord
- tuinen
- "Ik zie tuinen."
Verkleinwoord
Het diminutief geeft een schattige of kleine versie aan.
informeel
Veelgebruikte samenstellingen
moestuin
"Ik heb een moestuin met groenten."
moestuin
siertuin
"De siertuin is vol bloemen."
siertuin
Veelgebruikte woordcombinaties
in de tuin
"Ik zit in de tuin."
Dit is een veelgebruikte uitdrukking om de locatie aan te geven.
tuinieren
"Hij houdt van tuinieren."
Dit is de activiteit van het onderhouden van een tuin.
Belangrijke opmerkingen
- countability:'Tuin' is telbaar, je kunt één tuin of meerdere tuinen hebben.
- register:'Tuin' is een algemeen woord, geschikt voor alle registers.
- usage:'Tuin' wordt vaak gebruikt in combinatie met andere woorden zoals 'moestuin' of 'siertuin'.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.