NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

onregelmatig werkwoord, vaak gebruikt in context van fysieke reacties of uitbarstingen (bijv. ziekte, emoties)

Het werkwoord 'uitbraken' wordt vaak gebruikt om het overgeven of het plotseling beginnen van iets (zoals een ziekte of conflict) te beschrijven.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • De patiënt braakt uit na de operatie.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren braakte hij uit na het eten van te veel snoep.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Het is belangrijk dat de ziekte niet uitbreekt in de stad.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

  • Braak uit als je je niet goed voelt!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.