NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

zijn

onregelmatig werkwoord, scheidbaar werkwoord

'Uitgaan' betekent meestal 'naar buiten gaan om plezier te hebben', zoals naar een café, club of feestje gaan. Het kan ook simpelweg 'naar buiten gaan' betekenen, maar dat is minder gebruikelijk.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

  • ik

  • jij / je

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik ga vanavond uit met mijn vrienden naar een nieuwe club.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren zijn we uitgegaan en hebben we tot laat gedanst.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als je uitgaat, vergeet dan niet je telefoon op te laden.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Ga je dit weekend uit of blijf je thuis?

    tegenwoordige tijd, vragende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.