NEDERLANDS
🇳🇱

Uithalen

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben

overgankelijk werkwoord, scheidbaar werkwoord

'Uithalen' betekent vaak 'een grap of streek uithalen', maar kan ook 'iets eruit halen' betekenen, afhankelijk van de context.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Ik haal vaak grapjes uit met mijn broer.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren heb ik een streek uitgehaald met mijn collega.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als je niets uithaalt, mag je blijven.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

  • Haal nu maar een grap uit!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.