Uitkiezen
Hulpwerkwoord
hebben
scheidbaar werkwoord, onregelmatig in verleden tijd en voltooid deelwoord
Het werkwoord 'uitkiezen' benadrukt het proces van selecteren of een keuze maken uit meerdere opties.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
ik
jij / je
Verleden tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik kies altijd mijn kleren de avond van tevoren uit.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je al een cadeau voor je vriend uitgekozen?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Kies jij de wijn voor het diner uit?
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij koos vorige week een nieuwe bank uit.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.