NEDERLANDS
🇳🇱

Uitkijken

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben

scheidbaar werkwoord, onregelmatig in verleden tijd

'Uitkijken' kan zowel 'oppassen' (letten op gevaar) als 'verlangen naar' (uitkijken naar iets) betekenen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik kijk uit naar mijn verjaardag.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Kijk uit voor de hond!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hij heeft uitgekeken naar dit moment.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij keken uit het raam en zagen de sneeuw vallen.

    verleden tijd, aantonende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.