Uitlaten
Hulpwerkwoord
hebben
scheidbaar werkwoord, regelmatig in de tegenwoordige tijd, onregelmatig in de verleden tijd
Het werkwoord 'uitlaten' wordt vaak gebruikt in de context van huisdieren, met name honden, maar kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld: 'iemand uitlaten' (iemand begeleiden of wegbrengen).
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
hij
Gebiedende wijs
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
hij
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Voorbeelden
Ik laat mijn hond elke dag om acht uur uit.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je de hond al uitgelaten?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Laat de hond uit voordat je gaat werken!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Toen ik klein was, liet mijn vader de hond altijd uit.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.