Uitspellen
Hulpwerkwoord
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
Het werkwoord 'uitspellen' wordt vaak gebruikt in situaties waarin duidelijkheid over de spelling van een woord of naam nodig is, zoals bij telefonische gesprekken, formulieren invullen, of instructies geven.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Kun je dat woord even **uitspellen**?
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij **spelde** zijn achternaam **uit** omdat die moeilijk te schrijven is.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb mijn naam al drie keer **uitgespeld**, maar ze begrijpen het nog steeds niet.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
**Spel** je adres **uit**, zodat ik het kan noteren.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Blijf leren
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.