NEDERLANDS
🇳🇱

Uitspellen

Werkwoord

Hulpwerkwoord

hebben

zwak werkwoord (regelmatig)

Het werkwoord 'uitspellen' wordt vaak gebruikt in situaties waarin duidelijkheid over de spelling van een woord of naam nodig is, zoals bij telefonische gesprekken, formulieren invullen, of instructies geven.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Kun je dat woord even **uitspellen**?

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij **spelde** zijn achternaam **uit** omdat die moeilijk te schrijven is.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Ik heb mijn naam al drie keer **uitgespeld**, maar ze begrijpen het nog steeds niet.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • **Spel** je adres **uit**, zodat ik het kan noteren.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Blijf leren

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.