NEDERLANDS
🇳🇱

Uitspreken

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben

onregelmatig werkwoord (sterk werkwoord)

'Uitspreken' kan zowel letterlijk (de uitspraak van woorden) als figuurlijk (het uiten van gevoelens of meningen) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

  • jullie

Voorbeelden

  • Kun je dat woord nog een keer **uitspreken**? Ik versta het niet goed.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft zijn excuses **uitgesproken** voor zijn gedrag.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • **Spreek** je gedachten **uit**, anders begrijpt niemand je!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als ik jou was, zou ik mijn mening **uitspreken**.

    onvoltooid verleden toekomende tijd, aantonende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.