Uitsteken
Hulpwerkwoord
hebben
onregelmatig werkwoord, scheidbaar werkwoord
Het werkwoord 'uitsteken' kan zowel letterlijk (fysiek uitsteken) als figuurlijk (opvallen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik **steek** mijn hand **uit** om de bal te vangen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij **stak** zijn tong **uit** toen hij boos was.
verleden tijd, aantonende wijs
**Steek** je paraplu **uit** voordat je naar buiten gaat!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij heeft haar arm **uitgestoken** om de vallende vaas te redden.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
De **uitstekende** rotsen zijn een gevaar voor schepen.
onbepaalde tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.